Onze taal en identiteit

Nederlanders worstelen met hun identiteit. Aan de ene kant zijn we trots op ons cultureel erfgoed, denk bijvoorbeeld aan onze grote kunstenaars, historische centra of sportsuccessen. Aan de andere kant hebben we moeite met een ander onderdeel van de identiteit, namelijk onze taal en literatuur.

Teken aan de wand is dat het Nederlands in het openbare leven op zijn retour is. Waar tweetaligheid in een internationaal georiënteerd land de logische optie zou zijn, kiezen wij niet alleen in de toeristenhoreca en winkelcentra, maar ook aan universiteiten en delen van het bedrijfsleven voor eentaligheid (lees Engels). Zelfs evenementen en projecten voor en door Nederlanders krijgen Engelse titels (‘Amsterdam City Swim’, ‘Dutch Bird Fair’, ja zelfs een ‘Kingsday Festival’) en dito aanduidingen voor het tijdstip waarop ze plaatsvinden (‘Saturday August 20th’). En dit zijn nog maar een paar voorbeelden. Ze zouden met veel meer kunnen worden uitgebreid. Een beetje merkwaardig voor een taal die in Nederland, Vlaanderen, Suriname en de Antillen door bijna 24 miljoen mensen wordt gesproken, een nauwe verwantschap heeft met een belangrijke taal in Zuidelijk Afrika en één van de vier werktalen is van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties de UZAN.

In de meeste landen om ons heen, ook die met veel kleinere taalgebieden, blijft men in het algemeen wel de eigen taal gebruiken. Ook hiervan zijn talloze voorbeelden te geven, maar op deze pagina richten wij ons alleen op de luchthavens. We beginnen met onze grootste en belangrijkste luchthaven: Schiphol. Een vergelijking van de teksten op de officiële wegwijzerborden (de ‘bebording’) op Schiphol met die van andere niet-Engelstalige luchthavens is namelijk veelzeggend.

 

13 gedachten over “Onze taal en identiteit

  1. Heel dom en bekrompen om op Schiphol(bijna) geen Nederlands te gebruiken. Eigenlijk zou ik iedereen op willen roepen om niet meer gebruik te maken van Schiphol, maar uit te wijken naar andere luchthavens, Zaventem, bij voorbeeld. Ook een mogelijkheid is, om uitgebreid te gaan staan paffen onder een bord ‘no smoking’.

  2. Nederlands is mijn moedertaal. Als ik op een luchthaven in het Nederlands begroet wil worden moet ik naar Brussel of Paramaribo. Op ‘mijn eigen’ luchthavens wordt die gekleineerd en behandeld als een tweederangstaal die je ook wel weg kunt laten. We maken ons belachelijk in de ogen van buitenlanders.
    Het is eigenlijk te gek voor woorden. Schiphol is niet alleen van het clubje dat er de wettelijke eigendomsrechten van bezit, het is van ons allen. Waarom doet de Tweede Kamer er niets aan? Wie vertegenwoordigen deze ‘volksvertegenwoordigers’ eigenlijk?

    1. Inderdaad is Schiphol voor 92% van de overheid en dus indirect van het volk. Barbara Visser (VVD) heeft luchtvaart tijdelijk in haar portefeuille. Ik heb haar gevraagd om opheldering te geven via Twitter en haar reactie was het volgende: ´zijn er geen Nederlandse bordjes meer dan?´. Het wordt niet serieus genomen. Daarbij komt kijken dat ik te weinig volgers heb op Twitter. Als u hierbij zou kunnen helpen?

  3. Niet alleen de Nederlanders lijden aan het ‘anglomania’ virus, ook de Vlamingen zijn in hetzelfde bedje ziek. Zij hebben, klauwend op de achterste poten, vele jaren tegen de verfransing van Vlaanderen gestreden. Nu gaan ze kwijlend op de knieën voor de Anglo-Amerikaanse taalkundig-culturele pletwals die gestaag verder dendert. Zelfs de Fransen doen ijverig hun best om buitenlanders in de taal van Shakespeare te woord te staan.
    Bitter weinig mensen maken zich zorgen om het behoud van de taalkundig-culturele diversiteit. De internationale Esperantogemeenschap wijst al vele jaren op het komend onheil en biedt zelfs een antivirus om het behoud van de diversiteit te garanderen: een gemeenschappelijke, eenvoudige, neutrale, tweede (= g.e.n.t.) taal, zoals het Esperanto. Deze taal heeft echter een aantal belangrijke tekortkomingen die haar internationale doorbraak al meer dan 100 jaar belemmeren: ze is té eenvoudig, té eerlijk, té economisch en té efficiënt…

    1. We spreken de taal van onze broodheer, zo is het altijd gegaan. Je zou echter een kritische houding verwachten, met als hoofdvraag: wat is de aanvulling, wat is de meerwaard en kan het ook tweetalig? Hier gaan wij (de hele Nederlandstalige gemeenschap) de mist in.
      Esperanto zou een oplossing, maar voorlopig drukt de broodheer niet alleen zijn taal door, wij (sommigen meer dan anderen) trekken het ook naar ons toe.

  4. Hopelijk wordt eindelijk eens wat ondernomen. Ik erger me iedere keer groen en geel als ik het vaderland via Schiphol Airport binnenkom. Nog erger is Rotterdam The Hague Airport, allemaal interessantdoenerij en bij het treinstation van hetzelfde laken een pak. We kunnen dan nog even doorgaan over de rest van het land waar men Read Shops heeft en KIds gear verkoopt maar het personeel komt niet verder dan Jes zeur ken ai help joe. Vaak wordt ook een Amerikaanse uitspraak gehanteerd en schijnt men nu overal flebberkested te zijn net als schrijver dezes.
    Berry J. Prinsen
    Marbella Spanje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *